Recepten & Kooktips

Vis uit blik is de stille luxe die je keuken mist

· 6 min leestijd

In elke goed gesorteerde delicatessenwinkel van Amsterdam tot Maastricht liggen ze inmiddels prominent in het rek: kleurrijke blikjes vol sardines uit Portugal, makreel in olijfolie, ansjovis uit de Cantabrische Zee. Vis uit blik is de afgelopen jaren stilletjes uitgegroeid tot een van de meest serieuze gourmetingrediënten in de Nederlandse keuken. Niet als bezuiniging, maar als bewuste keuze.

Waarom blik nu serieus wordt genomen

Lang gold ingeblikte vis als het compromis: iets voor de camping, voor spoedmaaltijden, voor als er echt niets anders was. Dat beeld klopt al jaren niet meer, maar het heeft even geduurd voor de Nederlandse thuiskok het doorhad.

In Spanje en Portugal is ingeblikte vis al decennialang eersterangsproduct. Conservas, zo heten ze daar, worden met dezelfde trots verkocht als fijne wijnen of kazen. De tonijn van José Gourmet, sardines van Minerva, ansjovis van Ortiz: dit zijn merken met een eigen terroir, een eigen visseizoen, een eigen rijpingsproces. Blikken met een vintage jaar op het etiket. Serieuze materie.

Wat die producten zo bijzonder maakt, is een combinatie van factoren. De vis gaat vers in het blik, direct na de vangst. In olijfolie van goede kwaliteit, niet de goedkope spul. Dan rijpt het blik soms maanden of zelfs jaren. De smaken concentreren en integreren zich. Het resultaat is een product met meer diepte dan de meeste mensen ooit van vis uit blik verwacht zouden hebben. Michelin-gidsinspecteurs benoemden fermentatie en bewaring als smaakmakers in hun overzicht van foodtrends voor 2026. Conservas passen precies in dat plaatje.

De drie blikjes die je altijd in huis hebt

Niet alle vis uit blik is gelijk. Dit zijn de drie varianten die het meest veelzijdig zijn in de keuken:

Ansjovis is het krachtigste van de drie. Een paar filets volstaan om een heel gerecht te transformeren. Ansjovis lost op in hete olijfolie en wat overblijft is een diepe, hartige smaakbasis zonder dat er ook maar iets naar vis smaakt. Dit is het geheim achter goede pasta puttanesca, achter Caesar dressing, achter Italiaanse stoofschotels. Koop ansjovis in olie, niet in pekel, en kies bij voorkeur voor de Cantabrische variant: die is zachter en voller dan de meeste alternatieven.

Sardines zijn het geurigste en het meest directe product. Ze zijn ook het meest misbegrepen. Goede sardines zijn vet, zacht en bijna romig. Ze zijn heerlijk op toast, maar ook verrassend goed in salades, pasta of als onderdeel van een borrelplank. Sardines in olijfolie met een scheutje citroensap en wat zeezout: meer heb je niet nodig.

Makreel is de meest toegankelijke van de drie. Minder uitgesproken dan sardines, minder intens dan ansjovis, maar met een rijke smaak die met veel gecombineerd kan worden. Makreel uit blik werkt goed in salade, op brood of als snelle basis voor een pastasaus.

Pasta met ansjovis, knoflook en pijnboompitten

Dit recept kost een kwartier en levert een bord pasta op dat smaakt alsof je er een uur aan gewerkt hebt. Het is ook een van de beste manieren om iemand te laten zien wat ansjovis werkelijk kan.

Voor 2 personen: 200 g spaghetti of linguine, 6 ansjovisfilets in olijfolie, 3 tenen knoflook in dunne plakjes, 2 el pijnboompitten, 1 el kappertjes, een handvol platte peterselie, goede olijfolie en citroensap.

Breng een grote pan water aan de kook en kook de pasta gaar. Rooster de pijnboompitten droog in een koekenpan tot ze goudbruin kleuren, zet apart. Verhit een gulle scheut olijfolie op laag vuur en voeg de knoflookplakjes toe. Laat ze zacht worden zonder te kleuren, dan de ansjovisfilets erbij. Roer tot de ansjovis volledig is opgelost in de olie. Voeg de kappertjes toe, dan de gekookte pasta. Meng alles goed door. Schep op en garneer met de geroosterde pijnboompitten, fijngesneden peterselie en een flinke scheut citroensap.

Geen zout nodig: ansjovis en kappertjes zorgen daarvoor. Wil je weten welke olijfolie het beste werkt voor dit soort gerechten? In ons overzicht van olijfoliesoorten en smaken lees je precies wat je nodig hebt.

Sardines op zuurdesem met kappertjesbotter

Dit is het soort toast dat je op zondagmiddag eet met een koud glas wit of rosé erbij. De kappertjesbotter is ook heerlijk bij gebakken vis of als finishing touch op een steak.

Maak de botter: meng 50 g zachte roomboter met een eetlepel fijngesneden kappertjes, een theelepel citroenrasp en wat peper. Laat opstijven in de koelkast als je wilt, of gebruik direct.

Rooster twee dikke sneden zuurdesembrood. Smeer de kappertjesbotter er dik op terwijl het brood nog warm is. Leg er drie of vier sardinefilets op, voeg wat fleur de sel toe en een paar druppels citroensap. Een dun plakje rode ui mag erbij, of wat waterkers voor extra pit. Eet direct op.

Als je vaker met vis werkt en wilt weten hoe je de beste keuzes maakt, is onze gids voor het kiezen en bereiden van vis een goede plek om te beginnen.

Waar je de beste blikjes vindt

Supermarktblikjes zijn prima voor dagelijks gebruik, maar voor het goede spul moet je even verder zoeken. Delicatessenwinkels als Dikker en Thijs, Brood en Drank of een goed gesorteerde slijterij hebben vaak een ruim aanbod Spaanse en Portugese conservas. Online is het aanbod nog ruimer: merken als Ortiz, José Gourmet, Minerva en Pinhais zijn het zoeken waard.

Onthoud ook: de olie in het blik is te mooi om weg te gooien. Gebruik die olie om pasta mee aan te maken, als basis voor een dressing, of gewoon om over brood te schenken. Weggooien is zonde.

Eén blikje, tien mogelijkheden

Vis uit blik is een van de meest onderschatte ingrediënten in de Nederlandse keuken. Niet omdat het onbekend is, maar omdat we het nooit serieus hebben genomen. Dat verandert. Chefs bouwen er menu's omheen. Wijnbars serveren het als borrelplank. En de thuiskok ontdekt dat een paar goede blikjes in de kast meer mogelijkheden bieden dan menig vers product.

Koop eens een blikje ansjovis van Ortiz. Maak er pasta mee. Dan begrijp je het vanzelf.

S
Geschreven door Samira Benali Culinair redacteur

Samira groeide op in een Marokkaans-Nederlands huishouden waar de keuken het middelpunt van het gezinsleven was. Haar oma leerde haar op zesjarige leeftijd al hoe je de perfecte ras el hanout mixt, en die passie voor kruiden heeft ze nooit meer losgelaten. Na een opleiding aan de Rietveld Academie koos ze toch voor het culinaire pad en werkte ze bij restaurants in Amsterdam en Marrakech. Ze schrijft het liefst over fusionkeuken en onverwachte smaakcombinaties die je wenkbrauwen doen optrekken. Haar motto: een recept is pas af als het minstens één ingrediënt bevat dat je nog nooit eerder hebt gebruikt.